Thuiswerk

Dertig jaar geleden overleed Simon Carmiggelt, de meester van de korte baan. Waar zou vandaag de dag een Kronkel over gaan? Een poging, in de schaduw van de meester.

Andere gewoonten

De man in de wachtkamer bladerde rusteloos door het ochtendblad en voorzag het aanbod van commentaar. ‘Liquidatie in Amsterdam. Dat zoiets nog in de krant staat.’
Zijn stem had moeite met het vroege uur. ‘Ze schieten mekaar elke dag kapot. Je moet bukken als je naar de bakker gaat.’
Zijn ogen zochten vluchtig naar publiek. ‘Grote partij drugs onderschept in de haven. Het zal wel. En veel grotere partij is niet gezien, of wordt door de douane zelf verkocht.’
De pagina ritselde nerveus. ‘Nieuwe discussie over Zwarte Piet. Je hoort hem wel maar je ziet hem niet.’

Hij legde zijn krant op de stapel beduimelde tijdschriften en richtte zich tot zijn buurvrouw. ‘Thuis heb ik geen krant meer, dus ik blader hem hier even door, maar veel nieuws staat er niet in.’ Zijn duim en wijsvinger wreven over elkaar. De krant was te duur, moest ze begrijpen. ‘En wat schiet je ermee op? Ellende en nog eens ellende. Dat heb ik al genoeg in mijn eigen leven.’

De vrouw had zichzelf beloofd niet te reageren. Ze kende haar pappenheimers: één blijk van belangstelling en ze zat eraan vast: aan zijn verhaal, aan zijn leven, aan zijn ellende, aan hem.

‘Het is een zegen om een dochter te krijgen’, vervolgde hij, ‘maar het wordt een bezoeking als ze met de verkeerde thuiskomt.’
De wachtkamer spitste de oren. Telefoons werden gecontroleerd, er werd op horloges gekeken en er werd gekucht. Veel gekucht.

‘Een buitenlander.’ Het moest eruit. ‘Met andere gewoonten.’ De buurvrouw las niet, maar sloeg de pagina’s van haar tijdschrift in een strak ritme om. ‘Andere eetgewoonten, andere drankgewoonten, andere kledinggewoonten, andere feestgewoonten. Allemaal anders en we moeten het allemaal accepteren. Vroeger vierden we Sinterklaas, dat vond ze leuk. Nu moet het anders. Moet zíj weten. Ik leg me d’r bij neer. Maar die kleine ziet het meteen: dat is Zwarte Piet niet, dat is nicht Alycia, met een gekleurde muts en een jute zak van de Blokker. Ik laat het maar, mijn tijd is geweest.’

Hij boog zich naar zijn buurvrouw. ‘Vindt u dat ik wit zie? Als je wit ziet, moet je naar de dokter, zei mijn moeder zaliger. Ik hoor het haar nog zeggen. Nu ben ik alle dagen wit, want ik mag niet blank meer zijn. Ik laat het maar.’

De deur van de spreekkamer zwaaide open. Een frisse jonge arts betrad de ruimte en keek zoekend in het rond. ‘Meneer Blankesteijn!’ klonk het opgeruimd.

De man verhief zich kreunend van zijn stoel. Bij de deur van de behandelkamer bleef hij staan en keek triomfantelijk de wachtkamer in. ‘Blankesteijn. De naam van mijn vader. Die neemt niemand me af.’

De vrouw legde haar Libelle op de stapel en zuchtte.

‘Dokter is mooi op tijd’, sprak ze opgelucht.

 

Feestelijk groen

Over de verregende markt klonk de opgewarmde stem van crooner Perry Como. Have yourself a merry little Christmas adviseerde hij het winkelend publiek, maar bij de kerstboomoutlet was het rustig. ‘Mensen kopen liever een plastic boom. Of zo’n verpakte bij de supermarkt’, sprak de koopman neutraal. ‘Drie ons kerstboom. Aan een stukkie.’ Hij lachte er tandeloos bij.

Zijn sjofele verschijning detoneerde met de feestelijke aankleding van zijn nering, maar hij klonk niet verbitterd. De zaken gingen zoals ze gingen. Soms zat het mee, soms zat het tegen.

‘Volgende maand zit ik weer in de antiek’, lichtte hij toe. ‘Dat is mijn boterham. De bomen zijn het beleg. De ene keer is het een plakkie worst, het andere jaar een lik jam. We doen het er maar mee. Ken je het vinden, meneer?’

De aangesproken man was van een ondefinieerbare leeftijd en ging gekleed in een beige regenjas die in de kringloopwinkel aan het achterste rek zou hangen. Hij stond in gepeins bij twee dennen die hem in treurigheid naar de kroon staken. ‘Allemaal 25 piek. Zo van de kwekerij’, loog de koopman handenwrijvend.

De man proefde het bedrag. ‘Vijfentwintig piek, voor zo’n boompie…’ Hij pakte een exemplaar bij de top en liet hem tweemaal stuiteren op de tegels. ‘Hij valt al uit waar ik bij sta.’

‘Dan hebben ze jou zeker drie keer laten stuiteren’, reageerde de handelaar fijnbesnaard. Wie durft te beweren dat de humor niet meer op straat ligt? Perry hield vol: het was de most wonderful time of the year.

De regenjas bleef bij zijn oordeel. ‘Ik vind het een hele uitgave voor een berg naalden die ik met de Pasen nog uit mijn tapijt moet peuteren. Ik weet het niet.’

De koopman zag zijn handel gevaarlopen. ‘Meneer,’ probeerde hij empathisch, ‘stel je eens een Kerstmis voor zonder boom, dan is het toch gewoon een kouwe winterdag? Een boom geeft sjeu aan het feest. Alleen die geur al.’

De regenjas was niet onder de indruk. ‘Kouwe winterdag? Een regenachtige herfstdag zal je bedoelen. Het is hier nooit meer koud. En nooit meer warm.’

Dat kwam door de ozonlaag, zette hij de bevindingen van klimaatonderzoekers in populair-wetenschappelijke taal uiteen. ‘De ozonlaag is kapot, door de spuitbus. Mensen zien dat het niet meer sneeuwt en kopen sneeuw uit een spuitbus. Daardoor gaan we allemaal naar de verdommenis.’

Hij verplaatste zijn blik naar een den die het begrip voltooid leven nieuwe inhoud gaf. ‘En die? Mot die kosten? Ook de hoofdprijs?’

Achter de rug van de handelaar morden nieuwe klanten over de oplopende wachttijd. ‘Die?’ sprak hij gehaast, ‘dat is een tak. Voor achter een schilderij of in een vaas. Ook feestelijk groen, maar geen boom. Zal ik hem voor je inpakken?’

‘Geen boom…’, aarzelde de man. ‘Weet je,’ zei hij, ‘vroeger moest ik van mijn moeder zaliger naar de markt, op kerstavond, als de kooplui aan het inpakken waren. Dan mag je d’r een gratis meenemen, wist mijn moeder, want een dag na Kerstmis verkopen ze die troep niet meer. Het moest een kleine boom zijn, want we hadden bijna geen ballen om erin te hangen. Zo feestelijk was het allemaal niet. En nou zou ik 25 piek voor een boompie neertellen dat ik na twee dagen uit het raam kieper. Als ze niet gecremeerd was, zou moeder zich omdraaien in haar graf.’

Het gemor nam toe. ‘Gaan we nou nog naar de Mediamarkt?’ zeurde een pafferig kind van mediterrane makelij. ‘We zouden naar een telefoon kijken.’ De kennelijke vader keek hulpeloos omlaag. ‘Die meneer is nog bezig’, legde hij uit. We moeten even wachten.’

‘Ik denk dat ik een Samsung neem’, dreinde het kind.

‘Als we over vijf minuten niet geholpen worden, gaan we weg’, gaf de vader toe.

De koopman werd onrustig en deed de regenjas een laatste bod. ‘Twee tientjes en ik timmer er een kruis onder. Tevreden?’

‘Twee tientjes voor een boom van 25 piek’, draalde de man. ‘Dat vind ik niet veel korting.’

De mediterrane vader keek op zijn horloge en zuchtte. ‘Ogenblikje hoor,’ riep de handelaar vertwijfeld, ‘even deze heer helpen. We zijn bijna klaar.’

De regenjas zag zijn kansen stijgen. ‘Ik geef je vijftien piek en ik hoef geen kruis.’

De koopman gaf zich gewonnen. Hij propte de biljetten in zijn beurs en draaide zich naar de wachtende klandizie.

De regenjas pakte een kruis van de stapel en sleepte zijn bezit naar de straat. Bij het voetgangerslicht wachtte een vrouw met een minihond die doordringend kefte om in de juiste categorie te worden geplaatst.

‘Mooie boom’, zei ze. Ze keek er vertederd bij.

‘Ze zijn duur dit jaar,’ antwoordde de regenjas assertief, ‘maar je mot afdingen. Je moet vertellen dat je vroeger arm was. Dat je van je moeder naar de markt moest, als de kooplieden gingen inpakken. Dat je dan een gratis boompie kreeg. Elk mens heb een moeder gehad en met kerstmis worden de mensen toegeeflijk.’

‘Wat een zielig verhaal’, vond de vrouw. ‘Het lijkt me heel erg als er geen geld is voor een kerstboom.’

De man lachte vals. ‘Geen geld? Vader was inkoper, reed in een Mercedes. Hij kocht de grootste boom van de markt, en betaalde er het minste voor. Ik heb zijn genen geërfd.’ Hij beklopte tevreden zijn buik.

Het keffen was gestopt, de hond zocht een plek in de luwte.

‘Ik vind het wel een beetje valsspelen’, zei de vrouw. ‘Dat doet u bij de Blokker toch ook niet?’

De man grinnikte. ‘Dat zou ik best willen proberen, maar mijn vrouw wil geen plastic Blokkerboom. Ze wil een boom met naalden. Voor de geur.’ Hij sprak het woord uit of hij er uitsluitend associaties bij had van defecte riolering en aangebrande melk. ‘Dus koop ik er elk jaar een bij hem.’ Zijn hoofd knikte onbestemd naar achteren.

‘Elk jaar bij dezelfde koopman?’ was de vrouw verbaasd.

‘Elk jaar bij dezelfde,’ bevestigde de man, ‘en ik vertel hem elk jaar hetzelfde verhaal en hij trapt er elk jaar in.’ Hij tikte met zijn vinger op de zijkant van zijn schedel. ‘Ouderdom hè, dan krijg je dat.’ De vrouw zweeg beduusd.

Over het zebrapad naderde een jong ouderpaar met twee weerbarstige peuters. Voor de gelegenheid hadden ze zich in feestelijke trainingskledij geritst. Ze negeerden het rode voetgangerslicht, zoals ze waarschijnlijk alle rode lichten negeerden. Het jongste kind ontsnapte aan het ouderlijk gezag en rende krijsend naar de overkant. ‘Hier blijven’, beval de vader volumineus in de taal van zijn wijk, ‘anders word je aangerejen door een auto en mot ik de bestuurder total loss slaan.’

Het hondje had zijn plek gevonden. Het tilde een poot op en besproeide het feestelijke groen met zijn dampende urine.

‘Het is groen’, zag de vrouw. ‘Fijne Kerstmis met uw boom.’
Perry hield nog even vol. It’s beginning to look a lot like Christmas, zag hij.

 


Nullus est liber tam malus ut non aliqua parte prosit

(Plinius de Jongere,
Romeins schrijver 61-114)

Koop eens een boek dat geen bestseller is

door Jona Lendering
24 maart 2017 in NRC Handelsblad

Het verdienmodel van de boekenbranche: weinig non-fictietitels op voorraad houden en daarvan veel verkopen. Het draagt bij aan een wereld waarin onzin kan gedijen, menen Jona Lendering en Marcel Hulspas.

Klimaatverandering is een hoax, we gebruiken maar tien procent van onze hersenen en autisme wordt veroorzaakt door vaccinatie; het is allemaal op internet te vinden. Maar wie wil begrijpen hóe we zijn beland in een wereld waarin feiten geen rol meer spelen, hoeft niet verder te kijken dan de plaatselijke boekhandel. Het non-fictieaanbod is schamel, eenzijdig en voor een niet onbelangrijk deel: onzin.
Het probleem zit ’m in het verdienmodel van de boekenbranche. Geen winkel kan alle boeken op voorraad hebben, aangezien de opslagkosten dan te hoog worden. Het is voor de boekhandel veel handiger slechts een beperkt aantal titels in huis te hebben – maar die moeten dan wel worden verkocht in grote aantallen.
Dus probeert de branche uw aandacht te concentreren op een zo smal mogelijk aanbod. Door middel van de Boekenweek bijvoorbeeld, die dit jaar draait om bestsellers van celebrities als Herman Koch, Kluun, Sonja Barend en Katja Schuurman met het ‘spannende’ thema ‘verboden vruchten’. Gedurende de rest van het jaar wordt u afgericht door middel van het toekennen van prijzen, met een traag circus rond longlist, shortlist en prijsuitreiking. En het werkt: alle boeken die sinds 2003 de Librisprijs hebben gekregen, zijn terechtgekomen in de Bestseller 60 die de Stichting CPNB wekelijks publiceert, zoals Hanneke Chin-A-Fo en Toef Jaeger in NRC constateerden.

Klapper

Daarnaast speelt kopieergedrag een rol. Uitgevers zijn altijd op zoek naar de klapper die de jaarcijfers zwart kan kleuren, maar welk boek dat wordt, valt niet te voorspellen. Om op safe te spelen, kopiëren ze eerder succes. Dus krijgt u „de nieuwe Nicci French”. Aangezien buitenlands succes zich al heeft bewezen, krijgt dat veel aandacht, met als mogelijk gevolg dat originele Nederlandse bijdragen van de markt worden verdrongen: het aantal Nederlandstalige literaire romans in de CPNB-top-100 is bijvoorbeeld sinds 2000 afgenomen.
Natuurlijk, de ‘bestsellercultuur’ heeft zijn tegenbeweging opgewekt: een verdienmodel dat niet is gebaseerd op het verkopen van grote aantallen van één titel binnen korte tijd, maar van veel verschillende titels in lagere aantallen, maar dan wel over een veel langere periode. Dit is het long tail-model, genoemd naar de lage maar lange ‘staart’ van de verkoopgrafieken.
Dankzij het internet is het inderdaad mogelijk vrijwel elke titel ergens online te vinden. Maar of dit model winstgevend is voor afzonderlijke, kleine boekwinkeltjes blijft de vraag. Uiteindelijk lijken vooral online-boekenreuzen als Amazon te profiteren.
Dit is dus het verdienmodel: kopiëren wat werkt en de aandacht van de lezers concentreren op een beperkt aantal titels en auteurs. De non-fictie lijdt er al jaren onder.

Niemandalletje

Om een voorbeeld te geven: de ‘veilige’ auteur Maarten van Rossem (die via tv, lezingen en een tijdschrift zijn eigen publiciteit genereert) publiceerde een tijdje geleden een slordig boek over de ondergang van het Romeinse Rijk.
Ongeacht de kwaliteit kon hij aanschuiven bij Jinek en mocht hij zijn niemendalletje presenteren in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Op deze wijze werd een wél goed boek over dit onderwerp, Romeinen en barbaren van Jeroen Wijnendaele, nagenoeg onverkoopbaar. Het is maar één voorbeeld van de wijze waarop ‘bad information drives out good’.
Kritische boekbesprekingen worden geacht te zorgen voor kwaliteitsborging, maar eenmaal in de winkel heeft u zo’n recensie niet paraat. Als u dus een boek zoekt over de ondergang van het Romeinse Rijk, kiest u Van Rossem, want die auteur van dat boek dat wél goed was… beken maar dat u hierboven moet opzoeken hoe die ook alweer heet.

Celebrities

In de non-fictie heeft dit verdienmodel inmiddels geleid tot een verschraling van het aanbod, zowel kwantitatief als kwalitatief. Slechts een handjevol onderwerpen heeft de reputatie potentiële bestsellers te zijn en de schappen staan daardoor vol met vermoeiende variaties op een zeer beperkt aantal thema’s: onderwerpen als brein en geluk, wat denkt mijn hond, wetenschappelijk afvallen, raadsels van de kosmos (want Stephen Hawking) en de ondergang van de aarde door klimaatverandering (want Al Gore).
Celebrities en veilige onderwerpen, dat is waar uitgevers hun hoop op vestigen – en dat is het beeld dat u krijgt voorgeschoteld van de wetenschap. Na een paar jaar heeft u het wel gezien. U zoekt uw heil op het internet, waar informatie weliswaar gratis is maar betrouwbare informatie verborgen ligt achter academische betaalmuren. En zo leert u dat homeopathie werkt, dat het christendom is afgeleid van de cultus voor Mithras en dat UMTS-straling schadelijk is.
Het is Boekenweek. Ons advies: léés, maar negeer wat de boekhandels en grote uitgevers u aanbieden. Ze selecteren voor u. Ze hebben geen belang bij een breed en gedurfd aanbod. Bestel daarom eens een boek – fictie of non-fictie – dat niet op voorraad is, van een uitgever waar u nog nooit van heeft gehoord. Laat de commercie niet de leescultuur verpesten. Als alle mensen dezelfde boeken lezen, verschraalt de cultuur. Als iedereen iets anders leest, verrijken we onszelf.